HuurdersPlatform de Alliantie

Ingezonden brief inzake Huur op Maat

terug naar overzichtvrijdag 05 juni, 2009

AAHA heeft een ingezonden brief gestuurd aan de Woonbond waarin zij haar standpunt met betrekking tot Huur op Maat weergeeft, met het verzoek deze te plaatsen in de Woonbondig. De tekst in de Woonbondig is een samenvatting van de brief zoals die door AAHA is gestuurd. Hieronder treft u de gehele tekst aan van onze ingezonden brief:

Ingezonden brief Woonbondig

 

De Woonbond laat zich in haar publiciteit bij voortduring negatief uit over het experiment ‘Huur op Maat’. Zij negeert daarmee het feit dat er in haar achterban leden zijn die anders in deze discussie staan en zelfs positief zijn over ‘Huur op Maat’. Dat zijn de huurders-organisaties die al jaren lang bezig zijn om meer greep te krijgen op het huurbeleid van hun corporaties. Die ook ervaren hebben dat corporaties veel vrijheid krijgen van de politiek met betrekking tot het vaststellen van de huur van vrijkomende woningen en nieuwbouw. Die vrijheid gaat vaak ten koste van de keuzevrijheid voor lage en lage middeninkomens.

 

Huur op Maat is een experiment om een huurbeleid te ontwikkelen dat de positie voor deze groepen op de woningmarkt juist versterkt. AAHA is de huurdersorganisatie bij Woning-corporatie de Alliantie, en vertegenwoordigt meer dan 60.000 huurders. AAHA vindt het onterecht dat de Woonbond het belang dat AAHA en anderen hechten aan dit experiment negeert.

 

Het zal niemand ontgaan zijn dat de huren in Nederland de afgelopen tien jaar behoorlijk gestegen zijn. Vooral de huren van de nieuwbouwwoningen. De huurtoeslag is voor het merendeel van de lagere inkomensgroepen een ontoereikend middel om voor een kwalitatief goede nieuwe woning in aanmerking te komen. Het zal ook niemand ontgaan zijn dat er grote druk op de corporaties wordt uitgeoefend om te investeren in de herstructurering van wijken, renovaties en nieuwbouw. Die druk vertaalt zich bij corporaties in een beleid waarmee  zij de inkomsten uit de financiële bronnen waar zij over beschikken zoveel mogelijk willen optimaliseren. Ook uit het huurbeleid. Voor huurdersorganisaties is het de taak er voor te zorgen dat dit niet ten koste gaat van de lagere inkomensgroepen.

 

Met alleen roepen naar de politiek dat dit niet mag, red je het niet. Het is de verantwoordelijkheid van een huurdersorganisatie om, in overleg met de corporatie, een huurbeleid te ontwikkelen dat zekerheid biedt aan huurders met een laag inkomen om een goede kwalitatieve woning te krijgen of te behouden. Als dat gecombineerd kan worden met de wens van de corporatie om meer uit de huurinkomsten te halen, dan is daar niks op tegen.

 

Huur op Maat is een experiment waarmee bekeken wordt of een meer marktconform huurbeleid gecombineerd kan worden met een huurbeleid dat rekening houdt met het inkomen van huurders. In principe worden er geen inkomenseisen gesteld aan al de woningen met een huur tot € 750,-- (op basis van WWS). Huurders kunnen op basis van hun inkomen een korting krijgen en, als zij daarvoor in aanmerking komen, over de gekorte huur huurtoeslag ontvangen. De verwachting is dat met Huur op Maat bijna alle corporatiewoningen, zowel bestaande als nieuwbouw, voor lage en lage middeninkomensgroepen bereikbaar zijn. Als dat zo is wordt de keuzevrijheid van de huurders met een laag en laag middeninkomen vergroot.

  

Een tweede positief onderdeel is dat de bovengrens van de sociale huursector op een

reëlere grens gelegd wordt dan de huidige aftoppings- en bovengrenzen. Bij Huur op Maat blijft het huurrecht van toepassing, ook als de woning een huur heeft boven de liberalisatiegrens van € 632,--.

 

De Woonbond is o.i. ook tegenstrijdig in haar argumentatie jegens het experiment. Zij stelt dat ‘Huur op Maat’ wel een goed instrument kan zijn om knelpunten op lokale woningmarkten op te lossen. Maar, is onze redenering, als er geen knelpunten zijn dan zijn er ook geen experimenten nodig. De vraag is juist hoe kunnen we, als er knelpunten zijn, die dan oplossen? ‘Huur op Maat’ is als experiment zo’n oplossing waarmee men antwoorden probeert te vinden op die vraag. AAHA vindt het dan ook uitermate teleurstellend dat de Woonbond met betrekking tot dit belangrijke experiment geen enkel gewicht toekent aan de motieven die AAHA en anderen hebben om dit experiment te ondersteunen.

 

Vereniging AAHA